Jaarruimte en reserveringsruimte

 

De inleg voor de lijfrenteverzekering of lijfrenterekening is slechts aftrekbaar indien er volgens bepaalde regels een pensioentekort is. De maximale hoogte van de aftrek is de zogenoemde jaarruimte plus de reserveringsruimte. Daarnaast is het mogelijk de fiscale oudedagsreserve (FOR) om te zetten in een lijfrente of ten laste van de stakingswinst een stakingslijfrente te bedingen.

Jaarruimte

De jaarruimte dient ter compensatie van het tekort aan pensioenopbouw in het belastingjaar zelf. Voor de bepaling van de jaarruimte is een formule opgesteld:

( 0,17 x premiegrondslag ) – ( 7,5 x A ) – F – S

 

Waarbij:

 

Premiegrondslag: winst uit onderneming, salaris e.d., tot maximaal € 158.741 (2010) ( per 1 januari  2011 € 159.741 ), minus de AOW franchise van € 11.561,- (2010) (per 1 januari 2011 € 11.631)

A: Aangroei van pensioenaanspraken. Van deze "Factor A" verstrekt het pensioenfonds jaarlijks een opgave op het Uniform Pensioenoverzicht.

F: Netto toename FOR.

S: vrijwillige bijdrage op een pensioenregeling, waarvoor bedrijfsspaargelden zijn gedeblokkeerd.

 

AOW franchise voor berekening premiegrondslag

1999 €   9.896

2000 €   9.896

2001 €   9.896

2002 € 10.203

2003 € 10.571

2004 € 10.571

2005 € 10.719

2006 € 10.816

2007 € 10.990

2008 € 11.155

2009 € 11.345

2010 € 11.561

2011 € 11.631

 

Berekening factor A voor pensioenen met Beschikbare premieregeling

De factor A bedraagt: Betaalde Pensioenpremie x de Rekenfactor.

 

De rekenfactor is afhankelijk van de leeftijd op 1-1 van het betreffende jaar.

 

voor 2006

 

15 jaar of ouder maar jonger dan 20 jaar : 0,30

20 jaar of ouder maar jonger dan 25 jaar : 0,24

25 jaar of ouder maar jonger dan 30 jaar : 0,20

30 jaar of ouder maar jonger dan 35 jaar : 0,17

35 jaar of ouder maar jonger dan 40 jaar : 0,14

40 jaar of ouder maar jonger dan 45 jaar : 0,12

45 jaar of ouder maar jonger dan 50 jaar : 0,10

50 jaar of ouder maar jonger dan 55 jaar : 0,08

55 jaar of ouder maar jonger dan 60 jaar : 0,07

60 jaar of ouder maar jonger dan 65 jaar : 0,05

 

vanaf 2006

 

15 jaar of ouder maar jonger dan 20 jaar : 0,36

20 jaar of ouder maar jonger dan 25 jaar : 0,30

25 jaar of ouder maar jonger dan 30 jaar : 0,25

30 jaar of ouder maar jonger dan 35 jaar : 0,21

35 jaar of ouder maar jonger dan 40 jaar : 0,17

40 jaar of ouder maar jonger dan 45 jaar : 0,14

45 jaar of ouder maar jonger dan 50 jaar : 0,12

50 jaar of ouder maar jonger dan 55 jaar : 0,10

55 jaar of ouder maar jonger dan 60 jaar : 0,08

60 jaar of ouder maar jonger dan 65 jaar : 0,07

 

Reserveringsruimte

Met de reserveringsruimte kan de onbenutte jaarruimte van de afgelopen zeven jaar worden ingehaald. Maximale te gebruiken reserveringsruimte: € 6.831 (2010) (per 1 januari 2011 € 6.872) per jaar voor personen jonger dan 55 jaar of € 13.490 (2010) (per 1 januari 2011 € 13.571) voor personen van 55 of ouder, of, indien lager: 17% van de premiegrondslag

 

De lijfrente-inleg die voor 1 april is betaald kan nog in het voorafgaande jaar worden afgetrokken.